13# VIOOLGEDACHTEN: DRAMATISERENDE GEDACHTEN

13# VIOOLGEDACHTEN: DRAMATISERENDE GEDACHTEN

Naast de ‘als-dan’-gedachten die de werkelijkheid trachten te ontkennen, kunnen er ook vioolgedachten zijn. Dit zijn dramatiserende bespiegelingen, die als het ware viool spelen onder een scène.
Ik werd op het bestaan van dit soort reacties attent gemaakt door mijn eerste vrouw Pauline toen zij op 24-jarige leeftijd geconfronteerd werd met een heftige aandoening.

Wij wonen samen in Parijs. Op een nacht terwijl wij naast elkaar liggen begint Pauline uit het niets heftig te schokken. Ik schrik op en tracht haar te kalmeren. Ze blijft heftig schudden en haar pupillen bollen op onder haar oogleden. Ze heeft een epileptische aanval. Omdat het onderzoek in Frankrijk geen bevredigend antwoord geeft over de oorzaak, reist zij voor verder onderzoek naar Nederland. Ik ga ondertussen verder met de theatervoorstellingen en repetities die op het programma stonden.
Nadat er in Nederland een scan gemaakt is, hebben we telefonisch contact. Ze vertelt met rustige stem dat de artsen een hersentumor geconstateerd hebben en haar een operatie voorstellen. Deze zal zo spoedig mogelijk moeten plaatsvinden. Onze relatie is nog pril, toch vraagt ze mij in hetzelfde gesprek haar te begeleiden in deze periode. Ik hoef niet na te denken, pak de trein en reis ook naar Nederland.
Twee dagen later vindt de operatie plaats. Na vier uur wachten krijg ik als eerste uitsluitsel van de chirurg, die net uit de operatiekamer komt. Hij vertelt mij dat hij niet al het kwaadaardige weefsel heeft kunnen verwijderen; het was al te verweven met omliggend terrein. De ernst van de situatie kan alleen door verder onderzoek bepaald worden. Men dient vast te stellen welke soort het is, in welk stadium het weefsel zich bevindt en of het snelgroeiend is. Maar het ziet er niet goed uit, verklaart hij. Deze wetenschap houd ik voor me.
Het onderzoek neemt vier lange dagen in beslag. Ik slaap bij Pauline in de kamer in het ziekenhuis in Enschede, buiten wordt het lente. In onze kamer lijken we in een tijdsvacuüm beland. Pauline zelf is vooral moe en heeft pijn. Om haar hoofd heeft ze een grappige witte tulband en daaronder het verse litteken dat over de hele schedel loopt van links naar rechts. We maken een lijst van de vele vrienden die langs willen komen. Die bezoekjes zijn vermoeiend voor haar. Niet zozeer omdat de mensen druk zijn of het er veel zijn, maar omdat ze nog minder goed dan wijzelf kunnen omgaan met de nieuwe realiteit. We herzien de lijst. Alleen degenen van wie we denken dat ze er mee kunnen omgaan, laten we komen. Als het bezoek weg is, valt Pauline vermoeid in slaap. Ik zit aan het raam boeken te lezen over spontane genezing bij kanker en alternatieve therapieën. Af en toe kijk ik om hoe het met haar is. De kamer is in diepe rust en stilte. Terwijl ik mij weer omdraai, kijk ik tot mijn verbazing in de ogen van een glimlachende Pauline. Ik ga naast haar zitten en vraag haar of ze niet bang is. Ze vertelt mij dat zij de kabouters die stiekem de deur openen, zich onder het bed installeren en daar viool beginnen te spelen, vriendelijk maar vastberaden de deur wijst. Als deze kabouters er niet zijn, is er onze liefde, de lente, het wachten en de witte tulband. Met de kabouters zijn er de angst, de doemscenario’s en het gevoel van onrechtvaardigheid.
Het meeste bezoek heeft een orkest aan vioolmuziek om zich heen, het sterkst van allen haar moeder, die we het contact met dochterlief niet kunnen weigeren.

Op dag vier horen we dat de tumor weliswaar agressief is maar pas in het tweede stadium, wat relatief goed nieuws is, want dan heeft behandeling nog effect. Het is het begin van een lange en gevaarlijke reis, want Pauline weet een ding zeker: ze wil die behandeling die het ziekenhuis voorstelt helemaal niet. Zij wil geen bestraling die de levenskwaliteit zal aantasten. En andere middelen zijn er in die tijd nog niet.

De vier dagen van niet-weten waren een intermezzo, daarna wisten we wel. We moesten wachten op de uitslag en bespiegelingen die hierop vooruitliepen waren belastend. Pauline zou kunnen bedenken dat ze afhankelijk van anderen zou worden, dat ze veel pijn zou hebben, dat ze niet meer zou genezen, en daar vervolgens in gaan geloven.
Ook konden gedachten verwoorden hoe wreed het was en hoe plots. Ze konden het zorgeloze verleden vergelijken met het bange nu.
En hoewel begrijpelijk en terecht zouden deze gedachten de situatie onnodig zwaarder gemaakt hebben dan zij al was.

Op elk moment van een verwerkingsproces kunnen we met weemoedige kabouters te maken hebben. Ze laten ons niet de pijn voelen, maar vertellen ons hoe erg het is dat we die pijn hebben. Vervolgens worden we verdrietig of boos om het onrecht, maar vergeten het eigenlijke verlies te voelen. Verwerken doe je met het gevoel en niet met de gedachten. De gedachten worden pas reëel en zinvol als de situatie aanvaard is. Is dat nog niet het geval, dan veroorzaakt de emotie als het ware stoom in het lichaam. Wild zullen de gedachten alle kanten opgaan. We dienen onze aandacht te richten op de directe emotie die het verlies bij ons veroorzaakt en deze de ruimte te geven ook al is het onaangenaam.

Dit is een fragment uit het boek Goed gevoel, emoties als medicijn. De illustratie is uit het boek, door Aielle Erens.