14# BOOSHEID EN RANCUNE

14# BOOSHEID EN RANCUNE

Hoe meer een verlies als onrechtmatig wordt ervaren, hoe sterker men geneigd zal zijn andere gevoelens te ontwikkelen zoals rancune of boosheid. Men geeft minder ruimte aan teleurstelling of verdriet, en wil eerder zijn verontwaardiging laten blijken. Dit lijkt voor onze gedachtewereld veel logischer.

Rik was een intelligente, kordate man. Hij had het boek ‘Ik heb de tijd’ gelezen en was nieuwsgierig naar een coaching met een meer spirituele benadering. Bij onze eerste ontmoeting keken zijn priemende ogen mij onderzoekend aan, alsof hij probeerde in te schatten wat voor vlees hij in de kuip had.
Hij kon gemakkelijk boos worden, vertelde hij me. Zo snel dat hij er last van had. Laatst in het winkelcentrum was een jongen met een skateboard tegen hem opgereden. ‘Hij deed het expres’, verklaarde Rik, ‘en zijn moeder nam het nog eens op voor hem ook.’ Er volgde een korte stilte. ‘Ik heb dat jochie eens goed de waarheid gezegd. Ik denk niet dat hij zijn trucje nog eens zal uithalen.’ Hij moest grinniken.
Ik moest ook lachen en legde hem uit dat het profijtelijker kan zijn in zo’n geval goed te communiceren. Hij had de jongen kunnen vertellen dat de aanvaring met het skateboard hem pijn gedaan had en dat hij beter op andere plekken kon oefenen dan in een winkelcentrum met veel voorbijgangers.
Rik realiseerde zich dat hij reflexmatig reageerde en een dergelijke optie niet eens in zijn programma had. In zijn jeugd was zijn vader vaak opvliegend naar hem geweest en Rik had geleden onder de vele conflicten met hem. Zijn daar ontstane conditionering was: pijn is een aanval.
Met veel humor speelden wij gefingeerde situaties waarbij ik hem uit de tent lokte en hij rustig diende te blijven. Met vallen en opstaan leerde hij zijn gevoelens verwoorden. ‘Ik stel het op prijs als je naar mij luistert en je telefoon even opzij legt, het maakt mij onrustig als je iets anders aan het doen bent’, leerde hij zeggen.
Rik begon mij nu te vertellen over zijn werkverleden. Hij had jaren bij een grote bank gewerkt en kreeg enkele jaren voor zijn pensioen een jonge leidinggevende. Deze liet op de afdeling een andere wind waaien, schoof nieuwe mensen naar voren en bood Rik een positie beneden zijn niveau aan. Het was een klap in het gezicht voor Rik, waar hij vooral indirect op reageerde. Met steeds minder zin ging hij naar zijn werk. Vaak plaatste hij cynische opmerkingen bij de ideeën van zijn collega’s, die door zijn omgeving niet gewaardeerd werden. Hij voelde zich buitengesloten en was telkens weer een paar dagen ziek. Daarop kreeg hij een flinke vertrekpremie aangeboden die hij accepteerde.

Tijdens onze gesprekken bleek dat hij er nog steeds grote moeite mee had zijn loopbaan op een dergelijke wijze afgesloten te hebben. Het gesprek dat hij destijds beter met zijn leidinggevende had kunnen voeren, voerde hij nu met mij. Terwijl hij mij fel aankeek, gaf hij met heldere zinnen uiting aan hoe geschokt en gekwetst hij was geweest. Het luchtte hem zichtbaar op.
Een paar maanden later zag ik hem weer en vertelde hij me dat hij zich was gaan richten op vrijwilligerswerk dat hij uitvoerde voor Vogelbescherming. Hij was buiten en mengde zich veel meer onder de andere natuurliefhebbers dan hij ooit op zijn werk gedaan had. Hij voelde zich opgenomen en was er gelukkig mee.

Dit is een fragment uit het boek Goed gevoel, emoties als medicijn. De illustratie is uit het boek, door Aielle Erens.