7# MIJN SPIRITUELE ONTDEKKINGSREIS

7# MIJN SPIRITUELE ONTDEKKINGSREIS

Ik kwam op mijn spirituele ontdekkingsreis het loslaten ook tegen in de natuur. Ik ben 21 en woon in een kleine chambre de bonne in Parijs. Mijn brood, groente en granen koop ik in een bijzondere, enigszins donkere winkel die ik heb ontdekt in de rue des Abbesses. Het zijn jonge, warme mensen met heldere ogen. De winkel heet Ecovie en ze noemen zich een coöperatief. Als klant word je lid en zo krijgt de groep een aparte status in de Franse wetgeving en kunnen de producten goedkoper aangeboden worden. Ik word steeds nieuwsgieriger naar deze gedreven groep mensen en vraag mij af wie ze zijn en hoe ze leven. Op een dag nodigen zij mij uit voor een feest. Het is in een verre buitenwijk van Parijs, in Marne la Vallée. ’s Avonds maak ik de treinreis en kom aan bij de oevers van de rivier de Marne. Ik bel aan bij een hekje en er word na lang wachten opengedaan. Caroline laat mij het terrein zien. Mijn ogen rollen zowat uit mijn oogkassen, overal staan tipi’s, indianententen, van wel zeven meter hoog. Midden in de tenten brandt vuur. Het feest blijkt te bestaan uit getrommel en gezang en markeert het einde van een vastenperiode van drie dagen op de zonnewende in juni. Later kom ik erachter dat ze een beweging zijn, die zich ‘Le Retour’ noemt, de terugkeer. Ze staan een terugkeer naar het nomadenbestaan voor, waar geen land toegeëigend wordt, de aarde van iedereen is en er met groot respect omgegaan wordt met de natuur. Men zal zich voeden met wat men kan plukken en verzamelen. Op zijn hoogtepunt telt de groep meer dan honderd leden. Het vertrek is gepland op 21 maart van het volgende jaar.

Het vertrek

Ik ben zeer onder de indruk van hun ideaal en overweeg me bij hen aan te sluiten. Maar tegelijk wil ik mijn jonge mimegroep niet verlaten en besluit tot een compromis: het vertrek meebeleven door enige dagen samen op te trekken en vervolgens de groep te ondersteunen op afstand. Samen met andere leden van onze mimegroep naaien we een kleine tipi van 3,5 meter hoog en lopen op een vroege ochtend met handgemaakte rugzakken en proviand voor enkele dagen met een bonte stoet mensen Parijs uit. Het mooie ideaal wordt echter in de daaropvolgende koude winter al snel gesmoord in praktische problemen. Er is onvoldoende eten, er is geen goede hygiëne en geen goede medicatie bij ziekte. De groep valt uit elkaar en houdt op te bestaan in die vorm. Ik ben geen toeschouwer meer voor wie de natuur een mooi of interessant decor is, ik ga op in de natuur zelf, net als de bomen, de vruchten, de dieren en de regen. Wij hebben echter onze kleine tipi en trachten het nomadenideaal op kleinere schaal na te doen. We trekken verschillende keren een week of langer de natuur in op wilde plekken, we nemen granen mee die we in natte zakjes laten kiemen als basisvoeding en verder leven we inderdaad van wat we vinden: vruchten, kastanjes, paddenstoelen en wilde groentes. s’ Avonds zoeken we een plek nabij een waterbron. We verzamelen boomstammetjes waarmee we de tent kunnen opzetten. We maken een vuur en leven zo dicht bij de natuur als feitelijk mogelijk is. Het bijzondere dat zich op elk van deze reizen weer voordoet, is dat er vrijwel onmiddellijk een diepe rust over mij komt en ik mij één voel met de natuur. Ik ben geen toeschouwer meer voor wie de natuur een mooi of interessant decor is, ik ga op in de natuur zelf, net als de bomen, de vruchten, de dieren en de regen. Ik zie het als een spirituele ervaring. Ook hier ervaar ik het loslaten en de vanzelfsprekende liefde voor elkaar en voor alles en iedereen die wij ontmoeten.

Dit is een fragment uit het boek Goed gevoel, emoties als medicijn. De illustratie is uit het boek, door Aielle Erens.