Meditatie binnendringen in ontzichtbare ruimtes

Meditatie binnendringen in ontzichtbare ruimtes

Dit artikel is verschenen in Spiegelbeeld magazine juni 2018

Grotten en verborgen schatten.

Al als kind had ik een fascinatie voor grotten en verborgen ruimtes. Ik las tal van boeken over grotonderzoekers. Er was een verhaal over jongens die de ingang van een grot ontdekten, het aan niemand vertelden en bij elk bezoek een stuk verder de verborgen ruimtes binnendrongen.

Op een dag stootten ze op een ondergrondse gang die volgelopen was met water. De jongens waren nieuwsgierig of deze gang ook ergens naartoe zou leiden. De gang bleek echter erg lang te zijn. Bij elke nieuwe poging zwommen ze een stukje verder de gang in om dan weer onverrichterzake terug te keren. Ze hadden het vermoeden dat de gang zou leiden naar een andere ruimte, maar het te zwemmen stuk was zo lang dat je niet kon omkeren als je te weinig lucht zou hebben. Op een dag heeft een van de twee het erop gewaagd. De tunnel bleek te leiden naar een magnifieke grote zaal. Het ontdekken van een geheim kan grote offers vragen. In mijn jongensogen ware de knapen uit het verhaal helden.

Het ondergrondse onttrekt zich aan het zicht en verwijst daarom naar het mysterie. We weten dat het verborgene schatten kan verhullen. Mineralen hebben van buiten vaak het uiterlijk van een ruwe steen, maar als ze eenmaal gepolijst zijn, of doormidden gekliefd worden, komt de schittering van de edelsteen aan het licht.

Afgelopen zomer was ik met mijn dochter in een grot in Frankrijk, Pech Merle, waar zowel mineralen als rotstekeningen waren. Hoe dieper we de grot binnendrongen, hoe groter de schatten die erin verborgen waren. Op het einde stonden we oog in oog met twee manshoge gestippelde paarden, waarvan een aanwezige uitstulping aan een wand de kop van een van de paarden verbeeldde. We waren sprakeloos.

Verborgen ingang

Ook in onszelf hebben we onzichtbare ruimtes die schatten verbergen. Misschien wel om het echt lastig te maken, is de toegangspoort tot deze ruimtes net als in het jongensverhaal verborgen. Zo is er een ruimte waar je alleen binnen kunt treden als je onbeweeglijk stil blijft zitten en je gedachtes niet volgt. Het is belangrijk dat je al jouw wensen en doelen bij de deur achterlaat. Deze poort leidt in eerste instantie naar een grijze leegte. De leegte binnendringen is als door een bos lopen en overvallen worden door de mist. Je zou er het liefste zo snel mogelijk uit vertrekken, maar dat is niet mogelijk, je zou slechts verdwalen en je dieper in de nesten werken. Als je echter ontspant, krijgt de mist iets vertrouwds, iets moois zelfs. De mist betovert de contouren van de bomen en alles wat je kunt zien. Om te kunnen ontspannen, moet je wel vertrouwen hebben, vertrouwen dat je de uitweg wel zult vinden.

De leegte zal ook onwennig en vijandig aanvoelen. Waarom zit ik hier, denk je misschien bij jezelf. Het ruikt er naar vergankelijkheid en je durft het nauwelijks toe te geven, maar zelfs wat naar de dood. Er is niets wat je zou kunnen pakken om je aan vast te houden. Je zou kunnen nadenken over de leegte of over het leven, maar dat zijn slechts gedachtes en niet de leegte zelf. Ze trekken je weg van het mysterie.

Ontspannen aandachtig

O ja, er is toch iets wat gebeurt in de stilte. Je merkt dat je ademt. Je ademt in, je borst zwelt op en longen vullen zich, dan adem je uit, je longen lopen leeg, en aan het einde beweegt je buik zelfs mee om de lucht naar buiten te doen stromen. Hoe langer je zit, hoe harmonischer het ritme van de ademhaling wordt. Het voelt zelfs prettig aan.

Er is nog iets: voor het lichaam is stilzitten het prettigst als het in balans is. Zittend op een kussen of bankje, met samengevouwen benen, steun je op je knieën en je zitbeentjes. Nu kan de wervelkolom zich strekken. Het is fijn als je de kin wat intrekt, alsof je op een smalle richel staat en je hoofd naar achteren duwt om niet te vallen. Om in de leegte te verblijven is het behulpzaam als het lichaam niet slap of gespannen is maar ‘ontspannen aandachtig’. Het is dezelfde soort aandacht waarmee je jezelf heel stil zou houden om een hert dat je in een bos ontmoet niet te verjagen, alleen is er in dit geval geen hert en ook niet iets anders onverwachts.

Leegte vol van puurheid

Met een lichaam in balans kun je lang onbeweeglijk blijven. Als je dat doet, gaat na verloop van tijd het lichaam en de geest wennen aan het niets. Het voelt zo gewoon en vertrouwd aan, zo ontdaan van alle ruis. Het is alsof er niets is dat zich kan hechten aan het niets. Het is alsof de leegte vol van puurheid is. De schat die zich ontvouwt, was altijd al aanwezig. Ze ligt daar zomaar voor het oprapen en is voor iedereen toegankelijk. Maar zodra je ook maar iets van deze puurheid zou willen meenemen, sluit de lege ruimte zich onmiddellijk en bevindt je bewustzijn zich in de grijze en saaie voorruimte waar het stilzitten als zinloos overkomt en de stilte langdradig is.

Als je de pure leegte weer verlaat en terugkeert naar de drukte en het lawaai, blijkt er toch iets van die schat te zijn meegekomen. Of nee, je moet het anders zeggen: het blijkt dat je toch iets hebt laten liggen tijdens de tocht naar binnen. Je hebt iets van gewicht achtergelaten en dat voelt aangenaam opgelucht.

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.