Wanneer tranen helpen en wanneer niet

Wanneer tranen helpen en wanneer niet

Ik heb het gevoel te stikken, kijk naar links en naar rechts of zij ook naar lucht happen, nee, dat doen ze niet. Ik voel mijn ogen vochtig worden, tranen wellen op die even later in kleine stroompjes over mijn wangen biggelen en ja, eindelijk, daar komt de lucht weer terug. Ik kijk naar Ronald Goedemondt, die het geluid van een slacentrifuge nadoet. Hij is zo goed in het gewone. Het zijn de dingen die ons allemaal overkomen waarmee hij hannest. De speekselzuiger die bij de tandarts op je wang lurkt en dan een gorgelend geluid maakt. Opnieuw stromen beekjes zout water over mijn wangen.

Ik krijg een associatie. Niet lang geleden had ik in een vergelijkbare situatie ook zoveel tranen. Ook daar zat ik in het publiek, naast Jean-Luc, een goede vriend van me. We keken naar Hamnet. Ik was blij dat het donker was, want het was bijna gênant, want ik moest huilen. Ik deed niet eens moeite om het tegen te houden en liet het maar stromen. Alleen de plasjes depte ik af en toe op.

Tranentrekker
Hamnet werd in de krant als een tranentrekker beschreven. Daar zou Ronald dan gerust naast mogen staan. Er was nog een overeenkomst: in beide gevallen deed het mij goed.
Bij Ronald was het een eruptie van blijdschap. Ik heb anderhalf uur zitten lachen. Toen ik buiten kwam, zweefde ik lichtvoetig door Amsterdam, fietste ik vrolijk naar huis en zag nog een heel weekend de grap van alles in.
Bij Hamnet werden er verborgen poortjes geopend. Van ver weg uit mijn herinnering kwamen droeve situaties aangevlogen: ‘Hé, heb je verdriet? Schuif eens een stukje op, wij komen even tegen jou aanschurken.’ En daar was ik ineens moerassige plekjes van mijn verleden aan het herbeleven. En ook dat deed mij goed.

Tranenthee
Wij hebben een kindervoorleesboekje in de kast staan dat ‘Bij uil thuis’ heet (geschreven door Arnold Lobel). Uil woont in z’n eentje in een boshut. Daar beleeft hij bijzondere avonturen die voortkomen uit zijn eigen uilenbrein. Bij een van de avonturen pakt uil een keteltje en zet het op schoot. Uil gaat denken aan droevige gebeurtenissen. ‘Een potlood dat te klein geworden is om nog mee te schrijven. Een lepeltje dat achter het fornuis gevallen is en daar nooit meer achter vandaan zal komen.’ Uil wordt steeds droeviger. ‘Een prachtige zonsopgang die niemand gezien heeft.’ Nu begint hij te huilen. Na verloop van tijd vult het keteltje zich steeds meer met de druppels die uit zijn ogen vloeien. Dan stopt uil, maakt het keteltje dicht en zet het op het vuur. Hij schenkt zichzelf een kopje in. ‘Hm,’ zegt hij, ‘tranenthee is toch altijd weer heerlijk.’

Afleidingsmanoeuvre
Uil heeft gelijk. Maar niet altijd. Als de tranen komen na verlies, dan helpt het. Ook als dit vele jaren later is in de bioscoop naast een goede vriend. Maar als de tranen komen nadat je beledigt, gekwetst, niet gezien, niet gehoord of vernederd bent, is er waarschijnlijk nog iets meer aan de hand. Dan kan het verdriet een afleidingsmanoeuvre zijn van je innerlijke systeem om de pijn niet te hoeven voelen. Het is alsof je net een steek hebt gekregen en in plaats van ‘Au’ te roepen en te voelen, je wegglipt naar je kamer en daar huilt van verontwaardiging en ongeloof.

‘Wat is daar nu mis mee?’, zou je zeggen. Welnu, als je de pijn van die steek niet durft te voelen, verwerk je ook niet dat je gestoken bent! Met het huilen trek je het voorval als het ware naar een stil hoekje van jezelf toe: ‘Dit was zo gemeen, ik vind het zo erg dat dit mij aangedaan is’, in plaats van naar de oorzaak: ‘Dit kwetst mij, dit raakt me, dit doet pijn’.
In technische termen: je dient de primaire emotie, het gekwetst zijn, te durven voelen. De secundaire, verdriet, mag er wel zijn maar lost niks op. De emotie komt pas tot rust als je de primaire pijn durft te voelen.

Sta een onaangenaam gevoel toe in je lichaam aanwezig te zijn
Dat is ook de reden waarom iemand jaren later nog met onrecht kan kampen, terwijl hij of zij er al zoveel om gehuild heeft. Deze persoon bevindt zich in een doodlopende zijweg en heeft de hoofdroute verlaten.

Nog iets: de oorspronkelijke pijn durven voelen, is niet eens zo’n groot ding. Het gaat erom ‘een onaangenaam gevoel toe te staan in je lichaam aanwezig te zijn’ waarna de pijn vanzelf afneemt. Daarna zul je het voorval eventueel kalm kunnen aankaarten bij degene die het veroorzaakte, of het misverstand ontzenuwen.

Workshop ‘De Innerlijke Metamorfose’
We trainden dit procedé de afgelopen drie dagen in de workshop ‘De Innerlijke Metamorfose’ in klooster Huissen. We doen dit weer in:

  • de komende online workshop van 6 keer 2 uur met mij

  • de Pinkster-driedaagse workshop in het prachtige conferentieoord Samaya met Thabi Mooi

Beide opties zijn inhoudelijk en ook qua uitwerking gelijkwaardig.

1Reactie
  • Esther Hoving
    Geplaatst op 13:33h, 17 maart Beantwoorden

    Beste Paul,

    Hoe mooi dat jij hier ‘Bij uil thuis’ van Arnold Lobel noemt, al jaren een van mijn favoriete kinderboeken! Het andere boek ken ik niet maar heb ik inmiddels aangevraagd bij de bibliotheek.
    Vorige week noemde je de podcast ‘Bob’, wat een prachtig, waardevol werk is dat. Vooral de ethische dilemma’s raakten mij, herkenning en ongemak, als dochter van een moeder met dementie. Hartelijk dank!

    Esther Hoving

Geef een reactie
Jouw e-mailadres is niet zichtbaar voor bezoekers en is volledig vertrouwelijk.